My love which is a building

3buildings


Tomas Adolfs, Marissa Evers, André Pielage, K. Hoeben, Sandro Setola en Jan van de Pavert


MY LOVE, WHICH IS A BUILDING brengt zes kunstenaars tezamen met een sterke fascinatie voor het gebouw. Soms is een gebouw niet meer als de grens tussen binnen en buiten, een omhulsel van leegte. Maar een gebouw kan ook een visioen zijn, een uitingsvorm van grootse daden of idealen. Een luchtkasteel of IJspaleis. Een gebouw kan een bewaarplaats zijn, als een graansilo of museum; een schuilplaats, als een bunker, boomhut of fort; een machine, als een fabriek en tenslotte is een gebouw vaak een huis, het thuis.

Deze zes kunstenaars werken al lange tijd in hun praktijk met dergelijke gegevens, elk op eigen wijze. Soms draait het werk meer om het concept van ruimte. In een ander geval gaat het direct in op het gebouw als gegeven, soms zelfs op bestaande architectuur. In veel gevallen is de benadering van het onderwerp vrij formeel, soms biedt een kunstenaar een wat lyrischer blik. Onderwerpen als schaal, constructie, materiaal en ruimte spelen in alle werken een rol.



Eén facet wordt verder uitgelicht in MY LOVE WHICH IS A BUILDING, namelijk het idee van het architectuurmuseum. Een architectuurmuseum toont nooit de architectuur zelf, maar altijd een verwijzing ernaar. Foto’s van gebouwen, maquettes of bouwtekeningen, plattegronden tonen stedenbouwkundige oplossingen, blauwdrukken toekomstige gebouwen, maar nooit het gebouw zelf. Juist dit idee van verwijzing, naar een andere plek, een andere schaal of een ander materiaal loopt als een rode draad door de tentoonstelling.


overzicht


Is het verweerde blok van polystyreen van André Pielage een minimalistisch object, wat slechts handelt over formele aspecten als materiaal, massa en lichtval, of is het een verbeelding van een enorm, weerbarstig landschap? Hij heeft een aantal werken staan die op deze zelfde wijze met schaalverschillen werken

Het buizenframe van Jan van de Pavert lijkt enerzijds een schaalmodel van een enorm gebouw, maar is uiteindelijk ook een meubelstuk, maar een waarop het moeilijk zitten is.

Marissa Evers bezocht voor haar werken de plekken in Haarlem die voor Pieter Teyler, de grondlegger van het Teylers Museum, van belang zijn geweest. De stadsgezichten die dit oplevert worden met een fijne lijn, verglijdend door elkaar heen, op witte driedimensionale objecten getekend, die op zichzelf weer op gebouwen lijken.

Tomas Adolfs hing een enorm –lichtelijk blauw- object, vrij in de ruimte. Een autonoom object, of een maquette van een utopie? Of is het de verkleinde setting waarin een science factiën-film wordt opgenomen?

K. Hoeben vond haar bronnen in catalogi van musea: ze bouwde de plattegronden van een aantal musea, waaronder –weer- het Teylers Museum, in beton na. Nog veel meer plattegronden van musea zijn in silhouet in potlood ingekrast en hangen voornamelijk in het ABC Centrum voor Architectuur.

Sandro Setola bracht een aantal werken, waaronder het uit gips vervaardigde Beachhouse. Het is een enorme witte schelp, waar je net tussen de helften in kunt gluren. Dan is de binnenkant een gewelf, een enorme ruimte, waar je je zelf kunt voorstellen erin te wonen.


pielage

André Pielage, achtergrond Sandro Setola



vdpavert

Jan van de Pavert



evers

Marissa Evers



adolfs

Tomas Adolfs



hoeben

K. Hoeben



setola

Sandro Setola



22 april tot en met 29 mei 2011 in 37PK

22 april tot en met 22 mei 2011 in ABC Centrum voor Architectuur

Beiden te Haarlem