Seen + Not Seen

[works gliding into time]

Nieuwe Vide stelde een tentoonstelling samen voor het CCNOA, Centre for Contemporary Non Objective Art. Deze in Brussels toonaangevende tentoonstellingsruimte fungeert als een spil in een internationaal netwerk van –veelal minimalistische- kunstenaars, critici, publicisten en curatoren. CCNOA bracht in mei 2007  in de toonzaal van Nieuwe Vide de tentoonstelling MY EYES KEEP ME IN TROUBLE, met werk van onder meer John Beech, Jaroslaw Flicinski, Kjell Bjorgeengen en Emmanuelle Villard. Curator Tilman ontleende de naam en het concept van de tentoonstelling aan de titel van een nummer met tekst en muziek van de blueslegende R.L. Burnside.

Als tweede deel van deze uitwisseling presenteert Nieuwe Vide de tentoonstelling Seen + Not Seen, eveneens ontleend aan een songtitel, te weten van een nummer van de Talking Heads, geschreven door David Byrne in 1980. De lichtelijk absurdistische tekst verhaalt over een man die in staat is door pure concentratie zijn gelaatstrekken in een langzaam doch gestaag proces te veranderen.
Door dit fenomeen te beschouwen als een metafoor voor de kunst en het kunstenaarschap, gebruikt Martijn Lucas Smit de titel, tekst en muziek van Seen + Not Seen als een uitgangspunt voor een tentoonstelling die zich richt op werken die zich langzaam in de tijd begeven, ‘works gliding into time’.
Trage ritmes, metamorfoses, werken die sporen trekken in de tijd, een ode aan de beweging. Maar ook: is het wel wat het lijkt? Waar is gebleven, wat ik net zag of hoorde? Werk dat verwondert. Werk dat niet is, wat het net leek. Seen + not seen.

Acht kunstenaars werden voor de tentoonstelling geselecteerd:
Sema Bekirovic, Jochem van der Spek, Marissa Evers, Willum Geerts, Jannie Regnerus, 
Robbert van der Horst, Paul Baartmans en Ward Denys.


seennotseen

Robbert van der Horst, Marissa Evers, Sema Bekirovic


Seen And Not Seen

He would see faces in movies, on T.V., in magazines, and in books….
He thought that some of these faces might be right for him….

And through the years, by keeing an ideal facial structure fixed in his
mind….Or somewhere in the back of his mind….That he might, by

force of will, cause his face to approach those of his ideal….

The change would be very subtle….It might take ten years or so….
Gradually his face would change its’ shape….A more hooked nose…
Wider, thinner lips….Beady eyes….A larger forehead.

He imagined that this was an ability he shared with most other
people….They had also molded their faced according to some
ideal….Maybe they imagined that their new face would better
suit their personality….Or maybe they imagined that their
personality would be forced to change to fit the new appear-
ance….This is why first impressions are often correct…
Although some people might have made mistakes….They may have
arrived at an appearance that bears no relationship to them….
They may have picked an ideal appearance based on some childish
whim, or momentary impulse….

Some may have gotten half-way there, and then changed their minds.

He wonders if he too might have made a similar mistake.


David Byrne, 1980