Van een oorverdovende helderheid

Van een oorverdovende helderheid

Ronddolen in Hotel Insomnia van Lotte Geeven


Wie kan in hemelsnaam de zee en wat er in weerspiegeld wordt onderscheiden?

Of het verschil tussen regen en eenzaamheid?

Haruki Murakami, Spoetnikliefde, 1999



Een gekleurd vlak leunt tegen de muur. Een baan groen loopt over in een baan roze die weer overloopt in een baan zacht-geel. De kleuren zijn waterig, transparant, maar bijzonder helder. Ernaast staat een palmblad, met een merkwaardige, poederachtige grijze kleur.

Foto’s tonen een oerwoud in de nacht. Het enige aanwezige licht is afkomstig van TL-buizen die in het struikgewas hangen.

In een kleine ruimte, alleen te bekijken door een enorm raam, als in een etalage, staat een bos bloemen. In een grijze emmer, op een grijze stoel. Ernaast staat een statief met drie theaterspots. Een deel van de witte bloemen licht rood/roze op en komt bijna los van de ruimte.


Het zijn zo maar drie flarden die komen bovendrijven uit de werken van Lotte Geeven. Het zijn onderdelen van weer grotere installaties, die ruimtes kunnen vullen.

Eenmaal gezien laten ze je niet meer los en nestelen ze zich in je. Als een persoonlijke herinnering.


geevengarden04


De objecten, beelden, tekeningen, foto’s en installaties ontstaan uit wat Geeven zelf noemt geënsceneerd verdwalen. Zij doolt rond in een voor haar vreemde plek, een onbekende stad, een ongezien landschap. Op dit onbekend terrein wordt zij meer en meer een met haar omgeving en absorbeert zij indrukken. Dit kan een beeld zijn, iets wat ze vindt aan de kant van de weg, maar ook een geur, een kleur, een bepaalde lichtinval, een geluid of een flard van een verhaal. Zorgvuldig noteert zij wat ze van belang acht. In een intuïtief proces worden haar observaties tegelijkertijd omgevormd tot beelden.


In een stad houdt uiteindelijk alles met alles verband. Het stadscentrum communiceert met een buitenwijk, een stadspark met een verkeersplein, een huis met zijn buren. De stad als geheel is een entiteit, een organisme. De installaties van Lotte Geeven vormen haar persoonlijke blauwdruk van een dergelijke onbekende stad. Ook hier houdt alles met alles verband.


Op raadselachtige wijze zijn alle objecten en onderdelen continu met elkaar in gesprek. De werken vertellen verhalen maar geven hun letterlijke betekenis niet zomaar prijs. Als een weggezakte herinnering. Of als een geur die je vergeten was.


geeven_soda_palm_suite01


De werken zijn niet direct te duiden, maar tegelijkertijd van een oorverdovende helderheid.

Alles is precies zoals het moet zijn: een kleur, een vorm, hoe de ruimtes zijn ingericht, hoe de installaties zijn opgebouwd. De verhoudingen tussen objecten, vormen en kleuren kloppen altijd met precisie. Het is deze trefzekere precisie die de installaties een volstrekte geloofwaardigheid schenkt, ook wanneer hun exacte betekenis zich niet zomaar laat ontrafelen.


Waar Geeven al haar zintuigen gebruikte in haar observaties, lijken haar beelden ook bij de beschouwer te appelleren aan al zijn zintuigen. Een tekening roept een bepaalde geur op, een foto wekt de sensatie op van zinderende hitte. Een object voelt aan als stoffige droogte.


Zoals Geeven verdwaalde in de stad, geeft zij de beschouwer het werk om in te dwalen. Maar het is toch vooral een mentale ruimte waarin hij ronddoolt; een ruimte waarin herinneringen en verhalen, geuren en kleuren, geluiden en beelden in vluchtigheid in elkaar overlopen en in de ruimte gestold zijn. Een synesthetische reis.


geevensoda_palm_suite07


Om uiteindelijk enig houvast te bieden bouwt zij Hotel Insomnia. Een gebouw waar alle ruimtes die zij innam en in zal nemen, alle werken en installaties hun plek zullen vinden. Waarin alle reizen en ontgonnen gebieden worden vervat. Een schuilplaats, 24 uur per dag het hele jaar door beschikbaar, waarin haar oeuvre zich kan ontvouwen. Maar bovenal is het een plek waarin je kunt ronddolen, van werk tot werk, kamer tot kamer. Alles houdt met alles verband.

Ronddolen in Hotel Insomnia is verdwalen en thuiskomen tegelijkertijd.

Voor de kunstenaar, maar ook voor de beschouwer.



martijn lucas smit, januari 2012


Lotte Geeven op het net


Courtesy: Galerie West, Den Haag




Wandering through Lotte Geeven’s Hotel Insomnia


Who can really distinguish between the sea and what’s reflected in it?

Or tell the difference between the falling rain and loneliness?

Haruki Murakami, Sputnik Sweetheart, 1999


A coloured surface leans against the wall. A strip of green merges into a strip

of pink, which subsequently merges into a strip of pale yellow. The colours

are aqueous, transparent, yet extremely bright. Right next to it, we find a

palm leaf in a remarkable powder-like grey colour.

Photographs show a wildwood by night. Strip lights, hanging in the bushes,

provide the only perceptible light.

In a small room, which can only be observed through an immense window

– as if looking through a shop window – we view a bunch of flowers: in a grey

bucket; on a grey chair. Right next to it, we find a stand holding three stage

lights. A part of the white flowers is illuminated in red/pink, and almost seem

to break loose from the room.

These are only a few snippets that float to the surface when reflecting on

Lotte Geeven’s work. They form parts of larger installations that could easily

fill a room. Once observed, they do not let you go, and settle into your mind.

Like a personal memory.

The objects, images, drawings, photographs and installations are all crea-

ted from, as Geeven calls it, stage-managed straying. She wanders around in pla-

ces that are unfamiliar to her: an unknown city, an unobserved land scape.

In these unfamiliar places, gradually she becomes part of her environment,

absorbing impressions. This could be an image, or something she finds by

the side of the road, but also a scent, a colour, a particular incidence of light,

a sound or a fragment of a story. Meticulously, she takes note of what she

considers important. Using an intuitive process, she simultaneously trans-

forms her observations into images.

In due time, everything in a city will be connected. The city centre conver-

ges with a suburb, a city park with a roundabout, a house with its adjacency.

The city as a whole is an entity, an organism. Lotte Geeven’s installations

provide a personal blueprint of such an unfamiliar city and yet again, these

blueprints demonstrate interconnection.

In a mysterious way, all objects and subjects continuously communicate

with each other. The works tell stories, but do not readily divulge their obvi-

ous meaning. Like a receded memory. Or a forgotten scent.

Whereas the works cannot be interpreted directly, they simultaneously offer

a deafening brightness.

Everything is precisely how it should be: a colour, a shape, the way the

rooms have been structured, the way the installations have been construc-

ted. The proportions between objects, shapes and colours always tally with

great precision. Due to this accurate precision, the installations are comple-

tely plausible, despite the fact that their exact meaning cannot readily be

unravelled.

As Geeven has used all her senses when making observations, her images

seem to appeal to all the observer’s senses too. A drawing evokes a certain

scent; a photograph excites the sensation of blistering heat; an object sug-

gests dusty dryness.

Geeven has been straying through the city, and thus provides the observer

with her work to stroll through. But above all, this is a mental space to wander

in; a room in which memories and stories, scents and colours, sounds and

images, merge fleetingly and solidify in the space. A synesthetic journey.

Ultimately, to provide some grounding, she builds Hotel Insomnia. A build -

ing in which all the rooms she has occupied and will occupy, all her works

and installations, will find their ultimate locus. In which all the journeys

and explored areas will be captured. A hiding place in which her oeuvre can

unfold, 24 hours a day, available all through the year. But above all, it is a

place in which we can wander about, from work to work, from room to room.

Everything is interconnected.

Wandering about in Hotel Imsomnia is like getting lost and coming home

at the same time.

For the artist, as well as for the observer.


martijn lucas smit, January 2012