Vanstuk/offtrack:[IV]: Hier

vulcano museum

[IV]

Hier


Hier is het verlengde van nu. In het hier en nu komen alle lijnen samen, van tijd en ruimte, het werk en de beschouwer. Hier is ook de context waarbinnen het werk wordt getoond. De bepaalde plek die tentoonstellingsruimte heet, of museum.


Over het algemeen werkt de tentoonstellingsruimte als een soort reservaat. Hier vindt men de kunst, geconcentreerd en minutieus opgesteld in een ordening die betekenisvol is, vaak esthetisch, sterk van concept en/of samenhang, maar te zwak om te worden overgeleverd aan de buitenwereld. Deze buitenwereld (de echte wereld?), de rest van de wereld, het hier en nu van alledag, kent geen ordening op dit niveau. Het is juist het gebrek aan orde en betekenis in deze wereld die ons doet verlangen naar de tentoonstelling, een manmoedige poging een spiegelbeeld te creëren van het bestaan, zodanig aangeharkt dat de dingen wél zin en betekenis in zich dragen.


De twee werelden laten zich maar moeilijk mengen, en dus worden in het nu, maar vooral in het hier, de nodige barrières tussen de twee opgeworpen. De muren van de tentoonstellingsruimte zijn functioneel. Niet alleen zijn ze handig om een schilderij aan op te hangen of een ruimtevullende installatie te kadreren, maar vooral ook om de ongeordende buitenwereld aan het oog van de kunstminnaar te onttrekken. En om de rest van de wereld niet lastig te vallen met dat moeilijke gedoe bovendien.


Deze grens tussen kunst en de rest van de wereld is geaccepteerd, maar het verlangen deze grens te slechten blijft eveneens aanwezig. Zo blijkt het al een kleine eeuw ongekend populair onderdelen uit de buitenwereld te verwijderen om ze in de tentoonstellingsruimte te plaatsen. De kunstenaar overschrijdt hiermee de gestelde grens, maar blijft zich er tegelijkertijd aan conformeren. Hele stukken daar worden op deze wijze naar het hier verplaatst: het overbekende fietswiel en het urinoir, autowrakken, afgebakende stukjes natuur (flora én fauna, dood of nog levend), potjes, pannen, meubilair en zelfs hele werksituaties worden getransporteerd, Het atelier van de kunstenaar ligt dan in eerste instantie nog voor de hand, maar inmiddels zijn ook hele reisbureaus, bouwmarkten, kantoren, restaurants, bloemenstallen en supermarkten opgetild uit de buitenwereld en als zijnde een kunstwerk operationeel en wel geplaatst in het museum.


De beweging de andere kant op, van hier naar daar, is dan natuurlijk  ook niet te stoppen. Zo poogt de landscape artist de natuurlijke chaos te bedwingen en deze met een herordening tot een aanvaardbaar esthetisch en conceptueel niveau te brengen. Kunstenaars en tentoonstellingsmakers infiltreren parken en bossen, fabrieken, wijken en steden, kranten, tijdschriften en televisie. Ook het normaliter strikt persoonlijke terrein wordt betreden: in chambres d’amis en aanverwante tentoonstellingen kan men kunst vinden in de slaapkamer en (om het mooi rond te maken met Duchamp’s urinoir) tot in het toilet aan toe.


Je moet dan wel soms je hoofd erbij houden, als goedbedoelende kunstbeschouwer, want wat is dan kunst en wat niet? Als de eigentijdse kunst al bijna elk denkbare vorm kan aannemen, zich ook regelmatig vermomt als een stukje van de rest van de wereld, en er ook al geen museummuren meer voor handen zijn om af te kaderen wat kunst is en wat niet, raakt de bezoeker al snel het spoor bijster. Een attractie op zich: groepjes vertwijfelde kunsttoeristen, één kijkt naar boven, een ander naar de grond en een derde staart wezenloos naar een klaarblijkelijk onduidelijke plattegrond. Waar kijken we naar? Waar zijn we?


Publicatie VANSTUK/OFFTRACK, Nieuwe Vide, 2005

Bewerkt 2010